donderdag 30 maart 2017

Bijeenkomst IKK in 't Spant te Bussum, 30 maart 2017

Het IKK werd belicht in de bijeenkomst van de branche-organisatie; maar waar is dat Nieuwe Toezicht nou gebleven?



Er was veel publiek, bij de dag over Innovatie en Kwaliteitsverbetering in de Kinderopvang. Het bestuur vertelde hoe het was gegaan, en er was een hoop discussie, met name over de 3 baby's per leidster bij de 0-jarigen en over de kosten.

De kosten. Want dat heb je nu eenmaal met kwaliteit, het kost geld. Want je moet meer doen, en beter, wat meer tijd kost, en meer mensen. Dat kán ook wel, maar dan moet het ook nog snel. Een transitie per 1 januari 2018, dat lukt waarschijnlijk niet meer. Rustig maar, er wordt gewerkt aan invoeringsmaatregelen die de pijn moeten verzachten. En aan nog veel meer, want het is allemaal nog lang niet af.

Dit zijn de mensen die het moeten gaan doen. De drie links zin van het Ministerie van SZW, en waren zo aardig om te komen naar een zaal vol bezorgde kinderopvangondernemers. Ze deden netjes wat van hen verwacht mag worden, als ambtenaren kunnen ze enkel de lijn uitleggen, maar hoeven ze de gemaakte keuzes niet te verantwoorden; dat is aan de minister en de kamerleden.

De inhoud dan maar: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2017/03/10/ontwerpbesluit-kwaliteit-kinderopvang-en-peuterspeelzaalwerk

Daar kun je de hele wet vinden.

Een paar verborgen highlights:

Ten derde worden met de nog uit te werken ministeriële regeling regels gesteld aan de kwalificatie voor het verlenen van EHBO aan kinderen. In het onderhavige besluit wordt geregeld dat er gedurende de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk een volwassene met een geldig en erkend kinder-EHBO certificaat aanwezig dient te zijn. Dit wordt noodzakelijk geacht om in het geval van incidenten adequaat te kunnen handelen. 

Hoeveel kinderen zijn de afgelopen jaren de dupe geweest van een niet adequaat handelen van de kinderopvangorganisatie?

In onderhavig besluit wordt de regeling voor de afwijkende inzet van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten anders vormgegeven. Er worden in het besluit geen tijdsvakken opgenomen waarbinnen afwijken van de beroepskracht-kindratio wel of niet is toegestaan. In plaats daarvan moet de houder in zijn pedagogisch beleidsplan opnemen op welke tijden afgeweken kan worden van de beroepskracht-kindratio en op welke tijden in ieder geval niet wordt afgeweken en derhalve wordt voldaan aan de beroepskracht-kindratio. De houder dient de ouders nadrukkelijk te informeren over deze tijden. Een beschrijving van genoemde tijden is van belang, aangezien het voor ouders inzichtelijk moet zijn op welke tijden wordt voldaan aan het minimaal aantal vereiste beroepskrachten en op welke tijden het mogelijk is dat er minder beroepskrachten worden ingezet. Deze beschrijving dient de exacte tijden waarop kan worden afgeweken en waarop in ieder geval wordt voldaan aan de beroepskracht-kindratio te bevatten. Een beschrijving van tijdsvakken waarbinnen mogelijk afwijking kan plaatsvinden, volstaat niet. Door bovenstaande aanpassingen ontstaat meer ruimte voor maatwerk voor houders. Zij kunnen hierdoor zelf bepalen op welke tijdstippen verantwoord kan worden afgeweken van de beroepskracht-kindratio op basis van het dagritme op het betreffende kindercentrum of de betreffende peuterspeelzaal.  

Ik snap de tekst niet, moet ik nu exact aangeven wanneer kan worden afgeweken?

 De lijst met verplichte risico’s die in de risico-inventarisatie aan bod moeten komen, wordt vervangen door een verplichting om in het veiligheids- en gezondheidsbeleid in te gaan op de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid of de gezondheid van kinderen. Met deze aanpassing ontstaat meer ruimte voor de houder om zich in het beleid te focussen op de grote risico’s.

Wanneer is iets nou precies een "groot" risico?

 Per 1 januari 2015 is voor horizontale groepen met tweejarigen16 een ratio van 1 beroepskracht op 8 kinderen gaan gelden. Dit vormde een versoepeling ten opzichte van de voorheen geldende ratio van 1 beroepskracht op 6 kinderen. In de brief van 17 juni 2014 is aangegeven dat de financiële ruimte die hiermee gecreëerd werd, zal worden meegenomen in de inzet op een kwaliteitsverhoging.  

Je had het kunnen weten! Die 44 miljoen waarmee de branche overeind gebleven is wordt nu nog een keer uitgegeven...

Bij het op grond van het onderhavige besluit in het kader van het veiligheids- en gezondheidsbeleid verplicht op te stellen plan van aanpak zal de houder tevens de in artikelen 1.51b en 2.9b van de Wko verankerde meld- en overlegplicht in acht moeten nemen. Indien sprake is van dusdanig grensoverschrijdend gedrag dat dit te kwalificeren is als mishandeling of als zedenmisdrijf dan dient de houder overeenkomstig artikel 1.51b respectievelijk artikel 2.9b van de Wko te handelen.

Ok, opnemen in dat plan van aanpak dus!

De beoogde inwerkingtreding van de verplichte inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers is 1 januari 2019. Hierdoor hebben houders voldoende tijd om pedagogisch beleidsmedewerkers aan te nemen en/of pedagogische medewerkers te laten bijscholen voor de functie van pedagogisch beleidsmedewerker.  

Dat scheelt, 2019.

Er worden handvatten geboden voor de opvangpraktijk die tegelijkertijd voldoende ruimte bieden voor een eigen invulling van de pedagogische doelen door de houder en beroepskrachten in samenspraak met de ouders. De concretisering van de pedagogische doelstellingen is tevens van belang voor het gesprek over de praktijkobservatie tussen de houder en de toezichthouder. Het huidige observatie-instrument dat de toezichthouder gebruikt bevat reeds een uitwerking van de pedagogische doelen van Marianne Riksen-Walraven. De afstand tussen de concrete observatiecriteria in het instrument en de pedagogische doelen van Marianne RiksenWalraven, die tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang alleen in de memorie van toelichting bij de oorspronkelijke Wet kinderopvang22 en in beknopte vorm in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012 voorkwamen, is echter groot. Door de pedagogische doelen in het onderhavige artikel te concretiseren kunnen de toezichthouder en de houder de praktijkobservatie daaraan relateren en kan het gesprek hierover en de verankering van het uiteindelijke oordeel in het inspectierapport makkelijker verlopen

Ik ben benieuwd wanneer ik de eerste handhaving op basis van deze criteria voorbij zie komen...

Hiertoe is het van belang dat de houder de ontwikkeling van kinderen op verschillende ontwikkelterreinen  volgt. Met de verkregen informatie over de ontwikkeling van het kind kan vervolgens worden bepaald of extra aandacht voor een of meerdere ontwikkelgebieden wenselijk is, hetgeen in het belang is van een soepele overgang naar het primair onderwijs en de buitenschoolse opvang.

Meer administratie; nu ook per kind

Op dit punt wordt nog opgemerkt dat de houder naast het onderhavige artikel eveneens dient te voldoen aan verschillende andere wet- en regelgeving op het terrein van de veiligheid en gezondheid. Op dit punt worden enkele voorbeelden genoemd. Zo bevat het Bouwbesluit 2012 (en het toekomstige Besluit bouwwerken leefomgeving) voorschriften onder andere voor brandveiligheid, binnenmilieu en daglicht. Op grond van (artikel 2, eerste lid, van) het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen is het verboden te handelen in strijd met de HACCP-beginselen. Het Warenwetbesluit Kinderbedden en – boxen en de daarop gebaseerde Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen kinderopvang stelt eisen aan kinderbedden en boxen die voor de kinderopvang worden gebezigd. Ook zijn er diverse richtlijnen op genoemde terreinen, bijvoorbeeld de Hygiënerichtlijn voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang.

Ja ja, die kenden wel al natuurlijk.

Het negende lid bepaalt tot slot dat pedagogische beleidsmedewerkers meegeteld kunnen worden bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van het onderhavige artikel 16 voor zover zij in het kader van het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden tevens op de basisgroep bezig zijn met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. 

Dat scheelt!

Een leerzame dag, dat was het.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen